donderdag 16 augustus 2012

Naar Calitri? Waarom wij?

“Ik denk dat ik voor jullie een leuke aanbieding heb, kennen jullie het zuiden van italië?” Die vraag werd ons gesteld in 2002 op de vakantiebeurs in Utrecht. De dame die ons benaderde vond dat wij daar helemaal pasten. Haar zoon was namelijk beheerder van een prachtig hotel in Calitri en dat plaatsje lag in het zuiden van Italië.

Thuis was men niet enthousiast, willen jullie naar het zuiden onder Napels? Je weet toch, daar zit de maffia! Als we al twijfelden dan was dit het moment om te zeggen, ja we gaan. We wisten toen nog niet dat we hier zo vaak terug zouden komen.

Gezichten nodigen uit voor een gesprek
We boekten een week in het voorjaar van 2002. We vlogen op Napels en in onze huurauto kwamen we na anderhalf uur rijden aan in Calitri. De stad lag hoog in een soort adelaarsnest , de zon stond al laag en verlichtte het geheel, het was schitterend. Na veel gedraai kwamen we in het Centrum. In de deuropening stonden de vrouwen met verweerde gezichten en in het zwart gekleed met oprechte belangstelling naar ons te kijken. We reden in een Italiaanse auto maar toch vielen we op.

De zuidelijke provincies Calabria, Campania en Basilicata zijn nog steeds een terra incognita voor de toerist. De grootste zorg is dan ook, waar vind je onderdak. De Italiaanse reisorganisaties hebben daar weinig in geinvesteerd, tot grote teleurstelling van de horeca. Maar de Italiaanse ambassadeur Tozolli, geboren in Calitri wilde de streek op de kaart zetten en bouwde een drie sterren hotel

Het hotel oogt een beetje bombastisch, grote zalen weinig volk en het ontbijt stelde in 2002 niet veel voor, een paar zoete koeken en american koffie! Geen probleem, het ontbijt haalden we gewoon bij de bakker en aten het in de ontbijtzaal van het hotel. Je zou toch denken dat ze zelf de broodjes even haalden (er waren meer Nederlandse gasten) Onze vriend, de kok uit Bangladesh, stalde 's morgens wel de groente uit de koeling voor ons uit. Konden we kiezen wat we ’s avonds wilden eten. We spraken geen woord Italiaans of Bengali dus dat was handig!

De bewoners van Calitri vonden we leuk. Ze waren open en hartelijk en ook heel nieuwsgierig. We troffen een man op leeftijd. Hij liep op stelten door de straatjes van Calitri, trap op trap af. Goede gymnastiek zei hij. Wij konden ook een stel kopen, hij maakte ze zelf. Maar in het vliegtuig mee, hoe dan? Later wel spijt gekregen, ze waren zo mooi gepolijst.

De wekelijkse markt was ook zo anders dan we gewend waren. Langs de oude muren grote stapels geborduurd linnengoed van rijke families. De in het zwart geklede vrouwen staken prachtig af dus wij bleven fotograferen. Tot het moment dat twee agenten ons met strakke gezichten verzochten ons fototoestel af te geven. Ze frummelden wat met het apparaat om ons vervolgens met een grote grijns zelf te fotograferen. Later zagen we hoe gespannen onze gezichten nog stonden. Het toestel kregen we terug!

Ook een cappuccino drinken viel niet mee. In het beperkte aantal barretjes was het propvol maar zodra we in de deuropening verschenen werden we begroet met een luide schreeuw. Hierdoor stonden alle bezoekers op en konden we ineens kiezen uit wel 16 plekken. De bezoekers, veelal mannen, stonden langs de kant te wachten tot wij plaatsnamen. Daarna gingen ze weer zitten. Een consumptie namen ze niet. Wij wel, maar als er zoveel ogen naar je kijken smaakt het niet zo…

Nog verbaasder waren we toen we ‘s avonds even rondliepen en merkten dat de straat was afgezet met linten. Er was een soort van ijsbaan gecreëerd waarbinnen bijna alle bewoners van het plaatsje rondes liepen. Bij navraag in het hotel bleek dat de pantoffelparade te zijn. Die werd elke avond gelopen. Het grote ontmoeten!!

Met medegasten van het hotel spraken we enthousiast over onze avonturen. Zij wezen ons op Carlo Levi die eind jaren dertig een boek had geschreven Christus kwam niet verder dan Eboli. Het gaat over de ervaringen van de in 1935 naar een bergdorp in Zuid-Italië verbannen dokter en schilder zelf. Hij beschrijft in dit boek wat hij aantrof in dit bijzondere gebied. Eenmaal thuis het boek geleend in de bibliotheek en na het lezen wisten we dat we niet meer loskwamen van deze streek.

Carlo Levi beschrijft precies wat wij ook ervaren hadden. Onze liefde voor het zuiden van Italië was geboren. Dit stuk van Italië ligt er om ontdekt te worden. De mensen zijn open en na een aantal jaren Italiaanse lessen te hebben gevolgd kunnen we communiceren…. Het is het Andere Italië! En de maffia, wij hebben ze nog nooit gezien maar misschien zij ons wel!

Inmddels lezen we alles wat los en vast zit over de streek. Gelukkig helpt de bibliotheek onze honger te stillen. Ook heel erg de moeite van het proberen waard:
Mezzogiorno van Caston van Camp
Reishandboek Italië, Campanië van Arnold Schaper
Zuid-Italië van Gerda Rijsselaere en Anne Teffo
En de prachtige dvd: Io non ho paura

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen