vrijdag 28 augustus 2015

Het boek blijft

Net terug van vakantie ligt er een grote stapel kranten te wachten op een lezer. De Letter en Geest bijlage van Trouw heeft als titel ‘het boek blijft’ en trekt natuurlijk direct mijn belangstelling. Het is een prachtig geïllustreerd essay waarin de filosoof Coen Simon aan de hand van voorbeelden van zijn kinderen laat zien hoe belangrijk boeken, taal, verbeelding zijn. Door de plaatjes en de verhalen uit de boeken ontdekken kinderen de wereld. De verbazing op het gezicht van zijn dochter als zij, net als bij Nijntje, ook in de kamer een klok ontwaart of zijn zoon die vanuit de kinderwagen een boom herkent.

Woorden worden gekoppeld aan dingen en de wereld wordt steeds verder ontdekt. Simon benadrukt ook het belang van de verteltechniek, waarbij ik direct moet denken aan collega Hetty die ik enkele weken geleden zag voorlezen in de Gele Verhalenbus van de Bibliotheek. Haar voorleeskunst was af te lezen aan de gezichten van het groepje kinderen in de bus voor de Jumbo op het Boreelplein.
Simon vergelijkt het boek en het analoge (voor)lezen met concurrerende media zoals tv-series of social media. Ze zijn natuurlijk concurrent in de zin dat daar een groot deel van de vrije tijd aan besteed wordt. Niemand kan ontkennen dat er minder gelezen wordt op papieren dragers dan voorheen. Voorheen is dan een beperkt begrip. Mijn moeder van 83, oudste meisje in een gezin met 14 kinderen en de laatste klas van de lagere school niet afgemaakt omdat ze in het huishouden moest werken, vertelde me dat haar vader het maar zonde van de tijd vond als er gelezen werd. Gewerkt moest er worden. Maar dat terzijde. Ik denk dat niemand zal twijfelen aan de waarde van een papieren kinderboek hoewel het verhaal in digitale vorm op de i-pad bijvoorbeeld ook waardevol kan zijn. Dan kan zoonlief de boom zelfs uitvergroten of de wijzers van de klok misschien wel verzetten. Of spreek je dan niet meer van lezen maar van gaming? Misschien ben ik te optimistisch, maar ik denk (ik hoop) dat het papieren kinderboek, de illustraties, het omslaan van de pagina’s, de spanning als koekie-monster op de volgende pagina toeslaat, voorlopig nog geen echte concurrent heeft. Maar hoe zit dat met de voornamelijk tekstboeken voor volwassenen?

In mijn vakantie ging de e-reader mee met daarop het vlak daarvoor gekochte boek van Zia Haider Rahman, In het licht van wat wij weten. Gelukkig, bleek halverwege de vakantie, stak ik ook een papieren boek bij me, ‘De beloofde stad’ van Luc Panhuysen over de opkomst en ondergang van het koninkrijk der wederdopers in de 16e eeuw. Ik had de voordelen van de e-reader al een vakantie eerder ontdekt. Verlicht scherm, aanpasbaar lettertype, juist die voordelen die je nodig hebt als je boven de 50 bent. Maar halverwege de vakantie hield mijn e-reader ermee op, geen leven in te ontwaren behalve dat ik de voorkant van het boek vaag op de achterkant aanwezig zag. Daar schiet je op een camping zonder internet en elektriciteit niet veel mee op. Nadat ik even nodig had om over mijn teleurstelling heen te komen, ging ik over op het papieren boek. Leesbril op, wakawaka lampje binnen handbereik en de rest van de vakantie heb ik, naast de fiets- en wandeltochten, heerlijk ouderwets analoog een boek gelezen. Wat zegt dit? Niets. Geen verheerlijking van het papieren boek, geen afwijzing van de e-reader. (ik werd trouwens thuis door de helpdesk van Kobo uitstekend geholpen en de e-reader werkt weer) en vanuit het perspectief van lezen gezien geen concurrenten van elkaar. Vanuit het perspectief van boekwinkels en bibliotheken is het natuurlijk een heel ander verhaal, maar daarover een volgend blog. Ik lees door en kies, al naar gelang de situatie de drager die mij het beste past. En beide boeken kan ik van harte aanbevelen met als historicus een lichte voorkeur voor Panhuysen.

Alice van Diepen
directeur
avandiepen@obdeventer.nl 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen